David Cronenberg’s “Eastern Promises” begint met een keel die wordt doorgesneden in een kapperszaak en een jonge vrouw die bloedend instort in een winkel. De film verbindt deze twee gebeurtenissen gaandeweg door een link te leggen met de Russische maffia in Londen. De familie Vory V Zakone opereert, net als de familie Corleone uit The Godfather, onder een legale dekmantel, een populair restaurant in dit geval.
Op de moord bij de kapper wordt in het eerste deel van de film niet ingegaan. Wel op het ingestorte meisje. Ze blijkt zwanger en wordt naar het ziekenhuis gebracht, waar ze overlijdt tijdens de keizersnee waarmee haar kind op de wereld wordt gezet. De vroedvrouw aan haar sterfbed, Anna Khitrova (Naomi Watts) is vastberaden het jonge weesje te helpen. De overleden moeder blijkt een dagboek in haar tasje te hebben dat ze laat vertalen door haar moeder en haar oom (Sinead Cusack and Jerzy Skolimowski). Dat leidt haar naar het restaurant van Semyon (Armin Mueller-Stahl), de leider van de maffia-familie. Haar oom smeekt haar niet met de familie om te gaan en uit de buurt van het restaurant weg te blijven.
Semyon heeft een valse zoon, Kirill (Vincent Cassel) en een gewelddige maar trouwe chauffeur Nikolai (Viggo Mortensen). Naarmate de verhalen uit het dagboek, het verhaal van de vroedvrouw en dat van de maffia-familie naar elkaar toegroeien, wordt duidelijk wat voor gruwelijks er allemaal aan de hand is.
“Eastern Promises” is geen gewone misdaadthriller, net zo min als Cronenberg een gewone regisseur is. Hij begon in de jaren 70 met goedkope horrorfilms, maar hij is inmiddels hoog geklommen op de ranglijst van topregisseurs. Hij heeft goed gedaan aan de nieuwe samenwerking (na “A History of Violence” uit 2005) met Mortensson. Hoewel Mortensen geen Rus en je je misschien zorgen maakt over het Engels-Russische accent gaat hij zo diep op in zijn rol dat je hem in het begin misschien wel niet eens herkent.



